Surinaams eten is eigenlijk een spiegel van de geschiedenis van Suriname. Het land is klein, maar cultureel
enorm rijk. Door slavernij, contractarbeid en migratie kwamen mensen uit Afrika, India, Indonesie, China en
Europa samen op een plek. Elke groep bracht eigen recepten, kruiden en kooktechnieken mee in het land. Wat
bijzonder is die keukens bleven niet los van elkaar bestaan ze begonnen zich te mengen.
Na de afschaffing van de slavernij kwamen contractarbeiders uit India. Zij brachten kerrie, komijn, masala
en roti mee.
Hindoestaans (Indiaans-Surinaams)
Roti kip of eend Dhal (gele linzensoep) Bara Chutneys van mango of tamarinde Het eten is kruidig, warm van smaak
en vaak pittig.
Javaans-Surinaams
Arbeiders uit Indonesie (vooral Java) brachten hun eigen keuken mee. Hun invloed zie je sterk in: Saoto Bami en
nasi (maar op Surinaamse wijze) Sate met pindasaus Sambal en zuurgoed Javaans-Surinaams eten is vaak aromatisch,
met citroengras, laos en ketjap.
Chinees-Surinaams
Chinese immigranten begonnen vaak restaurants en supermarkten. Hun keuken werd onderdeel van het dagelijks
leven. Bekende gerechten: Tjauw min (Surinaamse chow mein) Foe yong hai Chinese nasi Deze gerechten zijn
aangepast aan de Surinaamse smaak: vaak kruidiger en rijker gekruid.
Creools (Afrikaanse roots)
De Creoolse keuken komt voort uit de nazaten van tot slaaf gemaakte Afrikanen. Hier zie je veel gebruik van:
Cassave Bakbanaan Zoutvlees en bakkeljauw Gerechten zoals: Her heri Pom (later ook beinvloed door Joodse
Surinamers) Bruine bonen met rijst
Deze keuken draait om stevige, voedzame maaltijden.